ECLI:NL:RBDHA:2024:2524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning te Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 933.000 per 1 januari 2022, en stelde een lagere waarde van € 878.000 voor. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. De gehanteerde vergelijkingsobjecten waren passend en er was rekening gehouden met verschillen zoals het voorzieningenniveau en de aanwezigheid van asbest.
Belanghebbende was niet aanwezig bij de zitting vanwege ziekte van zijn gemachtigde, maar het verzoek tot uitstel werd afgewezen omdat vervanging mogelijk was geweest. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar aan zijn toezendplicht had voldaan door de relevante gegevens, zoals KOUDV- en liggingsfactoren, bij de uitspraak op bezwaar toe te zenden.
Verder oordeelde de rechtbank dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om alle details over correcties en prijsbepalingen inzichtelijk te maken, aangezien waarderen geen exacte wetenschap is. De indexeringscijfers werden voldoende toegelicht tijdens de zitting. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 933.000 wordt ongegrond verklaard.