Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet heeft gereageerd op meerdere verzoeken om aan te geven of hij zijn aanvraag wilde voortzetten.
Verweerder heeft eiser in brieven van 27 mei 2023 en 12 juli 2023 gevraagd om te bevestigen of hij zijn asielaanvraag wilde doorzetten en om aanvullende informatie te verstrekken, maar eiser heeft niet gereageerd. Ook is eiser niet verschenen bij de zitting van 10 november 2023.
De rechtbank constateert dat de beroepsgronden van eiser betrekking hebben op de beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming en niet op de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag zelf. Omdat de buitenbehandelingstelling niet gemotiveerd is betwist en eiser geen reactie heeft gegeven, is het besluit van verweerder terecht genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Een beoordeling van artikel 8 EVRM Pro is niet aan de orde omdat het beroep niet ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.