ECLI:NL:RBDHA:2024:2436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Ethiopië
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij stelde dat zij vanwege haar activiteiten voor de Oromo Federalist Congress (OFC) en de toegedichte betrokkenheid bij de Oromo Liberation Front (OLF) vervolging en ernstige schade zou ondervinden bij terugkeer naar Ethiopië.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Hoewel eiseres lid was van OFC en politieke activiteiten ontplooide, is deze groep niet als risicogroep aangemerkt. De toegedichte betrokkenheid bij OLF werd ongeloofwaardig bevonden, mede omdat eiseres in 2021 nog zonder problemen drie weken in Ethiopië verbleef.
Verder is vastgesteld dat de politieke activiteiten in Nederland geen aanleiding geven tot een gegronde vrees voor vervolging. Ook is niet gebleken van een reëel risico op ernstige schade door grootschalig geweld in Ethiopië. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen.