ECLI:NL:RBDHA:2024:2433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kennelijk ongegrondverklaring asielaanvraag uit Armenië als veilig land van herkomst
Eiser, van Armeense nationaliteit, diende op 11 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 19 december 2023 af als kennelijk ongegrond omdat Armenië als veilig land van herkomst wordt beschouwd. Eiser voerde aan dat hij problemen had met een hooggeplaatste functionaris na het overlijden van zijn vader, maar maakte niet aannemelijk dat Armenië voor hem persoonlijk onveilig is.
De rechtbank behandelde het beroep op 1 februari 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep van eisers moeder. De uitspraak in de zaak van de moeder, waarin het beroep ook ongegrond werd verklaard, heeft gevolgen voor deze zaak. De rechtbank verwijst expliciet naar die uitspraak.
De staatssecretaris baseerde zich op beleidsdocumenten en herbeoordelingen waarin Armenië als veilig land van herkomst wordt aangemerkt, met uitzondering van LHBTI-personen en personen die strafrechtelijke detentie verwachten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tot deze uitzonderingscategorieën behoort of dat Armenië zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet nakomt.
De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de kennelijk ongegrondverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.