ECLI:NL:RBDHA:2024:2432
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 19 december 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak en de zaken van de zoon van verzoekster op 1 februari 2024 behandeld, waarbij verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL23.39789) is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.