ECLI:NL:RBDHA:2024:2381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht EU-onderdaan
Verzoeker, een EU-onderdaan, kreeg op 24 januari 2023 een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn verblijfsrecht werd beëindigd en hij ongewenst werd verklaard. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het bezwaar was beslist.
Op 31 augustus 2023 besloot de staatssecretaris op het bezwaar (het bestreden besluit). Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd gelijkgesteld met een verzoek hangende het beroep. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat omdat inmiddels uitspraak was gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. S.E. van de Merbel en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds uitspraak is gedaan.