ECLI:NL:RBDHA:2024:2360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tienjarig inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde door veelpleger zakkenrollerij
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, was eerder al geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een driejarig inreisverbod vanwege strafrechtelijke veroordelingen. In 2023 stelde de staatssecretaris een nieuw zwaar inreisverbod van tien jaar vast, gebaseerd op meerdere veroordelingen voor zakkenrollerij, een hardnekkig crimineel patroon en het hoge recidiverisico.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. De staatssecretaris heeft terecht niet alleen de strafrechtelijke veroordelingen meegewogen, maar ook het gedrag van eiser na eerdere sancties, de ernst van de feiten, het tijdsverloop en de kans op herhaling. De rechtbank bevestigt dat ook relatief lichtere misdrijven in samenhang een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat de strafrechtelijke veroordelingen niet voldoende ernstig zijn en dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met het tijdsverloop en het gevaar voor recidive. Dit verweer faalt omdat de staatssecretaris juist deze factoren heeft betrokken en de rechtbank de motivering als voldoende onderbouwd beschouwt.
De rechtbank benadrukt dat de opgelegde gevangenisstraffen en het feit dat eiser na vrijlating direct weer de fout ingaat, de ernst van de bedreiging onderstrepen. Ook het feit dat de strafrechter oordeelde dat eiser het laakbare van zijn handelen niet inziet, draagt bij aan de conclusie dat het inreisverbod gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt afgewezen, het inreisverbod blijft van kracht en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.