ECLI:NL:RBDHA:2024:2316
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsverbod in vreemdelingenzaak
Verzoekster, van Gambiaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden. Deze aanvraag werd op 8 februari 2023 afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 27 juli 2023 ongegrond verklaard, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank.
Tegelijkertijd verzocht verzoekster om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij zou worden uitgezet voordat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat bij de uitspraak in de bodemzaak het beroep ongegrond werd verklaard.
Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. A.W.C.M. van Emmerik en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.