ECLI:NL:RBDHA:2024:23139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit compensatie schulden in kader Wet hersteloperatie toeslagen ongegrond verklaard
Eiser, aangemerkt als gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, had een schuldregeling bij de Stadsbank Leiden met een totale schuld van €88.246,64. Hij ontving compensatiebedragen in december 2020 en voerde betalingen uit aan schuldeisers, waarvan een deel vóór ontvangst van de compensatie was gedaan. De rechtbank oordeelt dat alleen betalingen na ontvangst van compensatie in aanmerking komen voor vergoeding.
Eiser stelde dat hij meer had terugbetaald dan het vastgestelde bedrag en dat een verschil van €2.031,81 in aanmerking moest komen voor compensatie. De rechtbank stelde vast dat deze betalingen vóór ontvangst van compensatie waren gedaan en daarom niet voldoen aan artikel 4.3, derde lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Tevens werd een beroep op het Besluit compensatie schuldentrajecten verworpen omdat dit niet van toepassing was op de situatie van eiser.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter C.W. Griffioen op 17 oktober 2024 en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over compensatie van schulden wordt ongegrond verklaard.