ECLI:NL:RBDHA:2024:23112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde afwijzing asielaanvraag uit Pakistan
Eiser, afkomstig uit Pakistan, diende op 15 oktober 2020 een asielaanvraag in die aanvankelijk niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublinverordening. Na niet-tijdige overdracht aan Italië werd de aanvraag alsnog in Nederland behandeld. De minister wees de aanvraag op 20 december 2023 af wegens onvoldoende gronden op basis van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet.
De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden en concludeerde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet tot een risicogroep behoort en waarom zijn verklaringen over identiteit en herkomst ongeloofwaardig zouden zijn. De rechtbank wees op inconsistenties in de motivering, zoals het negeren van uitgebreide en consistente verklaringen van eiser over mishandeling en problemen met autoriteiten en familie van slachtoffers.
Verder werd het standpunt van de minister dat problemen met een geestelijke niet geloofwaardig zouden zijn, onzorgvuldig genoemd omdat dit niet in het voornemen was opgenomen. De rechtbank gaf aan dat de minister de gebreken in het besluit binnen acht weken moet herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuw besluit. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden en is er nog geen uitspraak over proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bestreden besluit af wegens onvoldoende motivering en stelt de minister in de gelegenheid de gebreken binnen acht weken te herstellen.