ECLI:NL:RBDHA:2024:2310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat hij vrij moest zijn om zelfstandig naar Duitsland te reizen en zich daar te melden, en dat de begeleide overdracht disproportioneel was. De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris afhankelijk is van de werkwijze van de Duitse autoriteiten en dat de Uitvoeringsverordening geen rangorde voorschrijft voor de wijze van overdracht.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de mogelijkheid heeft onthouden dat eiser zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn overdracht. Indien eiser dit onrechtvaardig vindt, kan hij dit bij de Duitse autoriteiten of het EHRM aanvechten.
Daarom werd het beroep kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.