ECLI:NL:RBDHA:2024:23051
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verblijfsrecht vader op grond van daadwerkelijke zorgtaken en afhankelijkheidsrelatie met minderjarig kind
Eiser, de biologische vader van een minderjarige Nederlandse zoon, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen daadwerkelijke zorgtaken zou verrichten en er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie zou bestaan dat het kind de EU zou moeten verlaten bij uitzetting van eiser.
De rechtbank oordeelt dat eiser met uitgebreide bewijsstukken, waaronder verklaringen, foto’s, WhatsApp-berichten en financiële bijdragen, aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijke zorgtaken verricht. Ook is vastgesteld dat de korte periode van geen contact met zijn zoon niet aan eiser te wijten was. Verweerder heeft de stukken onzorgvuldig en onvolledig betrokken bij zijn besluitvorming.
Verder had verweerder de afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn zoon nader moeten onderzoeken, mede gelet op de jonge leeftijd van het kind en de procedure voor gezamenlijk gezag. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro moet ook rekening houden met het feit dat eiser daadwerkelijk zorgtaken verricht en dat het vertrek van eiser een risico vormt voor het evenwicht van het kind.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen waarbij de daadwerkelijke zorgtaken en afhankelijkheidsrelatie worden betrokken.