ECLI:NL:RBDHA:2024:23035
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning verblijf bij partner wegens niet melden wijziging arbeidssituatie
Eiseres had een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar partner, die was ingetrokken met terugwerkende kracht omdat zij niet had gemeld dat haar partner was gestopt met zijn baan in loondienst en als zelfstandig ondernemer was gaan werken. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de vergunning heeft ingetrokken omdat eiseres relevante informatie heeft achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag had geleid.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft voldaan aan haar informatieplicht gedurende de aanvraagprocedure en na de kennisgeving van de voorgenomen vergunningverlening. Ook het argument van eiseres dat de wijziging geen negatief effect had op het inkomen wordt verworpen, omdat het aan verweerder is om dit te beoordelen en eiseres geen bewijs heeft geleverd dat het nieuwe inkomen voldoende, duurzaam en zelfstandig was.
Verder oordeelt de rechtbank dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro voldoende is gemotiveerd en dat de hoorplicht niet is geschonden, aangezien eiseres schriftelijk heeft ingestemd met horen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.