ECLI:NL:RBDHA:2024:23028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris tot vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Verzoeker diende op 12 oktober 2022 een asielaanvraag in bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet verweerder binnen zes maanden beslissen, maar deze termijn werd met negen maanden verlengd. Verzoeker stelde verweerder op 6 februari 2024 in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing. Hoewel verzoeker te vroeg in beroep ging, zou het beroep ontvankelijk zijn geweest omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
Naar aanleiding van het alsnog inwilligen van de aanvraag op 25 april 2024 trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lager bedrag toegekend.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 6 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn op de asielaanvraag.