ECLI:NL:RBDHA:2024:22992

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 september 2024
Publicatiedatum
5 februari 2025
Zaaknummer
NL24.5957
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening arbeidsmarktaantekening bij verblijfsvergunning

Verzoeker, met de Sierra Leoonse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag ingewilligd onder de beperking dat arbeid niet is toegestaan. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beperking en verzocht om een voorlopige voorziening waarbij hij behandeld zou worden alsof hij een arbeidsmarktaantekening had die arbeid toestaat zonder TWV.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was aangetoond; verzoeker had niet concreet gemaakt waarom het noodzakelijk was om spoedig arbeid te mogen verrichten, bijvoorbeeld door het ontbreken van een arbeidscontract of het niet kunnen voorzien in basisbehoeften zonder inkomen.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor arbeidsmarktaantekening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5957

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L.E. Beket).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de beperking onder de inwilliging van de aanvraag van verzoeker.
1.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’.
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 25 januari 2024 ingewilligd onder de beperking ‘arbeid niet toegestaan’. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
1.4.
Verzoeker is geboren op [geboortedag] 1996 en heeft de Sierra Leoonse nationaliteit. Hij heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’. Aan referent, de minderjarige zus van verzoeker, is een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ verleend van 7 december 2023 tot 7 december 2028.
2. Verweerder heeft de aanvraag ingewilligd onder de beperking dat eiser geen arbeid mag verrichten. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt.
Wat vindt eiser in deze voorzieningenprocedure?
3. Verzoeker verzoekt een voorlopige voorziening te treffen waarbij de voorziening ertoe strekt dat hij wordt behandeld als ware hij in het bezit is van de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, TWV niet vereist’ totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van spoedeisend belang. Verzoeker heeft namelijk niet geconcretiseerd waarom het van belang is dat hij spoedig in het bezit wordt gesteld van een arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, TWV niet vereist’. Verzoeker heeft bijvoorbeeld niet aangevoerd dat hij spoedig zicht heeft op een arbeidscontract of dat hij zonder eigen inkomsten niet in staat is om in zijn basisbehoeften te voorzien.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.