Uitspraak
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse EU-onderdaan, woont sinds circa vijf jaar in Nederland en leidt een zwervend bestaan zonder reële arbeid of middelen van bestaan. Verweerder heeft vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht en een verwijderingsmaatregel opgelegd met een vertrektermijn van één maand.
Eiser betwist dit besluit en voert aan dat de belangenafweging onvoldoende rekening houdt met zijn arbeidsverleden en intentie om weer te werken, en dat de vertrektermijn onduidelijk en disproportioneel is. Hij stelt dat verweerder niet heeft toegelicht hoe hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief kan beëindigen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de belangenafweging terecht in het nadeel van eiser heeft laten uitvallen, gezien het ontbreken van economische activiteiten, woonplaats en taalvaardigheid. De rechtbank acht de informatie over het beëindigen van het verblijf voldoende conform de Verblijfsrichtlijn en het arrest F.S. De vertrektermijn van één maand is passend en vereist geen nadere motivering.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijderingsmaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.