Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 11 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde dat de omzetting van een eerdere maatregel te laat had plaatsgevonden, waardoor de huidige maatregel onrechtmatig zou zijn en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld in het asieltraject. Tevens vorderde eiser een schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat uit een eerdere uitspraak bleek dat de omzetting van de eerdere maatregel twee dagen te laat was, wat leidde tot een onrechtmatige bewaring op die grondslag. Dit gebrek maakte de huidige maatregel echter niet automatisch onrechtmatig, tenzij sprake was van een ernstige schending van het fundamentele recht op vrijheid, wat hier niet het geval was.
De rechtbank stelde vast dat de minister de maatregel had gemotiveerd met zware en lichte gronden conform de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit, welke door eiser niet waren betwist. De rechtbank oordeelde dat de minister binnen de maximale termijn van zes weken voortvarend moest handelen, maar dat een week verstreken sinds oplegging nog niet tot onvoldoende voortvarendheid leidde.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.