ECLI:NL:RBDHA:2024:2289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij compensatie kinderopvangtoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking van verweerder over compensatie kinderopvangtoeslag en stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat verweerder nog niet over de bezwaargronden beschikte om een inhoudelijke heroverweging te maken.
Verweerder kon daarom niet tijdig beslissen, maar het beroep wegens niet tijdig beslissen is niet ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend. Eiser had de bezwaargronden kunnen aanvullen op basis van de bij de beschikking gevoegde toelichting en had ook al aanvullende gronden ingediend voordat het persoonlijk dossier was ontvangen.
De rechtbank wijst erop dat eiser niet kan wachten met het indienen van bezwaargronden totdat het dossier in de gewenste vorm is verstrekt. De mogelijkheid voor verweerder om een termijn te stellen voor het indienen van bezwaargronden en het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren bij overschrijding, is bedoeld om patstellingen te voorkomen.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en eiser krijgt geen griffierecht terug of proceskostenvergoeding. Het standpunt van verweerder dat artikel 4:17 Awb Pro buiten toepassing moet worden gesteld, wordt niet behandeld vanwege het oordeel over ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.