ECLI:NL:RBDHA:2024:2288
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige vanuit India naar Nederland wegens onvoldoende informatie
De vader verzocht de rechtbank Den Haag om teruggeleiding van zijn minderjarige kind vanuit India naar Nederland, omdat de moeder met het kind naar India was vertrokken. De vader stelde dat er voorafgaand aan het vertrek geweldsincidenten hadden plaatsgevonden in de echtelijke woning, gepleegd door de ouders van de moeder tegen hem, en dat hiervan melding was gedaan bij de politie. De rechtbank vroeg de vader om alle beschikbare informatie over deze politiemelding en eventuele andere meldingen bij Nederlandse instanties te verstrekken.
Ondanks meerdere uitstelverzoeken en de toezending van F9-formulieren door de advocaat van de vader, ontving de rechtbank geen nadere informatie van de vader zelf. De advocaat gaf aan geen contact meer te hebben met de vader en geen instructies of informatie te bezitten om aan het verzoek te voldoen.
De rechtbank constateerde dat zonder deze informatie niet kon worden beoordeeld of teruggeleiding in het belang van de minderjarige was. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot teruggeleiding en de daarmee samenhangende verzoeken af. De proceskosten worden door elke partij zelf gedragen. Er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen twee weken na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige vanuit India naar Nederland is afgewezen wegens het niet aanleveren van benodigde informatie.