ECLI:NL:RBDHA:2024:22797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Deze uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil is dat eiser een ingebrekestelling heeft ingediend voordat de verlengde beslistermijn was verstreken. Sinds 1 januari 2023 geldt het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen met negen maanden verlengt. Eiser diende zijn aanvraag in op 12 april 2023, waardoor de beslistermijn eindigde op 12 juli 2024. De ingebrekestelling werd op 11 juli 2024 ontvangen, dus nog binnen de termijn.
Omdat de ingebrekestelling prematuur was, voldoet het beroep niet aan de wettelijke voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, Awb. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.