ECLI:NL:RBDHA:2024:22656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Syriër
Eiser, van Syrische nationaliteit, had eerder een asielaanvraag ingediend die was afgewezen wegens ernstige redenen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Na een nieuwe aanvraag in 2023 verklaarde de minister deze niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte bepaalde nieuwe feiten, zoals parttime werken en gunstige omstandigheden in Syrië, niet als nieuw en relevant had beschouwd en stelde een motiveringsgebrek vast. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom de aanvraag niet-ontvankelijk was en dat eisers beroepsgronden vooral een herhaling van eerdere zienswijzen waren.
Omdat eiser en zijn gemachtigde niet op de zitting verschenen, kon geen nadere toelichting worden gegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.