ECLI:NL:RBDHA:2024:22559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling in nareiszaak
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Verweerder bevestigde de ontvangst en verlengde de beslistermijn met drie maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 8 april 2024 viel. Eiser stelde verweerder op 4 maart 2024 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn. Hierdoor is het beroep prematuur ingediend en niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank verleende tevens griffierechtvrijstelling aan eiser. Verweerder had geen verweerschrift ingediend, maar gaf aan het FIFO-principe te hanteren bij nareiszaken en verzocht om aanhouding van de zaak, wat door de rechtbank werd afgewezen omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt.
De uitspraak benadrukt dat een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas ontvankelijk is nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. Omdat eiser deze termijn niet respecteerde, kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.