ECLI:NL:RBDHA:2024:22383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag biedt rechtsherstel bij te hoge heffing voordeel uit sparen en beleggen 2021
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2021, waarbij het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen te hoog zou zijn vastgesteld. De rechtbank beoordeelt het geschil aan de hand van de Wet rechtsherstel box 3 en recente arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024.
Eiser heeft met jaaroverzichten, leningsovereenkomsten en een berekening aannemelijk gemaakt dat het werkelijke rendement aanzienlijk lager is dan het forfaitaire rendement dat door de Belastingdienst is gehanteerd. De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn partner geconfronteerd worden met een heffing die hoger is dan het werkelijke rendement en biedt rechtsherstel door het voordeel uit sparen en beleggen te baseren op het werkelijke rendement van € 21.894.
Daarnaast wordt conform het verzoek van eiser de volledige grondslag sparen en beleggen toegerekend aan de partner van eiser. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Ook worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2021 wordt verminderd op basis van het werkelijke rendement, waarbij het voordeel volledig aan de partner wordt toegerekend.