ECLI:NL:RBDHA:2024:22382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt werkelijke rendement sparen en beleggen vast en wijzigt toerekening voor 2021
Eiseres maakte aannemelijk dat zij geconfronteerd werd met een heffing over sparen en beleggen die hoger was dan het werkelijke rendement. Zij stelde dat het werkelijke rendement € 21.894,97 bedroeg, lager dan het forfaitaire rendement dat verweerder hanteerde. De rechtbank stelde vast dat eiseres met berekeningen, jaaroverzichten en verklaringen voldeed aan haar bewijslast.
De rechtbank oordeelde dat het voordeel uit sparen en beleggen van eiseres en haar partner voor 2021 vastgesteld moest worden op het werkelijke rendement van € 21.894. Tevens werd conform het verzoek de volledige grondslag aan eiseres toegerekend. Dit ondanks dat de navorderingsaanslag onherroepelijk was.
Verder werd eiseres een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat verweerder de navorderingsaanslag moest verminderen en het betaalde griffierecht aan eiseres moest vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter K.G. Scholten op 23 december 2024 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het voordeel uit sparen en beleggen voor 2021 wordt vastgesteld op het werkelijke rendement van € 21.894 en geheel toegerekend aan eiseres, met vergoeding van immateriële schade.