ECLI:NL:RBDHA:2024:2226
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beroepen asielaanvragen Armeense verzoekers
Verzoekers van Armeense nationaliteit hebben op 30 maart 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvragen bij besluiten van 21 september 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens voorlopige voorzieningen verzocht.
De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken op 24 oktober 2023, waarbij verzoekers en hun gemachtigde niet verschenen. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen vanwege aanvullende beschikkingen van de staatssecretaris over terugkeerbesluiten en inreisverboden. Verzoekers reageerden hierop op 21 november 2023. Met toestemming van partijen werd een nadere zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
Op 2 februari 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaken (NL23.30177 en NL23.30179), waarbij de beroepen gegrond zijn verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten van verzoekers. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.