ECLI:NL:RBDHA:2024:22130
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoekster heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter om de niet-behandeling van haar aanvraag te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.46842), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.S.W. Kroon en griffier S.M. Hampsink en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslecht.