ECLI:NL:RBDHA:2024:22113

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2024
Publicatiedatum
27 december 2024
Zaaknummer
NL24.30786
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na gegrondverklaring beroep

Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, heeft een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 september 2024 samen met de bodemzaak (NL24.30785). Op dezelfde dag als deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel veroordeelt hij de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 875,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg en uitgesproken in het openbaar op 16 december 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30786
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V nummer] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister,
(gemachtigde: mr. J. van Raak).

Procesverloop

Bij besluit van 1 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de herhaalde aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.30785, op 26 september 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S.M. Razaghi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.30785, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een derde
beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 december 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.