ECLI:NL:RBDHA:2024:2201
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken procesbelang in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 januari 2024 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling is genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 6 februari 2024, samen met een gerelateerde zaak (NL24.1965). Tijdens de zitting werden beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
Na de behandeling heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard, omdat in de hoofdzaak was vastgesteld dat verzoeker geen procesbelang meer heeft. Hierdoor ontbreekt ook het procesbelang voor de voorlopige voorziening.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 6 februari 2024 door voorzieningenrechter P.J.M. Mol in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.