ECLI:NL:RBDHA:2024:21982

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
NL24.43621
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbDublin-verordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen Dublin-besluit Litouwen, voorlopige voorziening afgewezen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 november 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie haar asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Litouwen verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak deed over het beroep zelf, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, wat betekent dat het bestreden besluit onrechtmatig was. Op grond hiervan is de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster, een bedrag van € 875, bestaande uit één punt voor het indienen van het verzoekschrift.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, de voorlopige voorziening afgewezen en de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.43621

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op grond dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.43620, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van her beroep zal verweerder in de proceskosten worden veroordeeld tot een bedrag van € 875 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift), te betalen aan verzoekster.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 875 (achthonderdvijfenzeventig) aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan op 23 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.