ECLI:NL:RBDHA:2024:21957
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, dat verweerder niet alle relevante informatie aan Oostenrijk had verstrekt en dat hij in Oostenrijk bedreigd werd, waardoor hij vreest voor indirect refoulement. Tevens stelde hij dat hij langer dan drie maanden buiten het Dublingebied verbleef.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij langer dan drie maanden buiten het Dublingebied verbleef en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor verweerder mocht uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Oostenrijk. Ook was er geen reden om het asielverzoek aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.