ECLI:NL:RBDHA:2024:21956
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen te vroeg genomen besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag
Eiser, met de Libische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het besluit te vroeg was genomen, aangezien de termijn om te reageren op het voornemen nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 2 oktober 2024 inderdaad te vroeg was genomen, omdat de reactietermijn pas op 3 oktober 2024 verliep, waardoor het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid.
Desondanks vernietigde de rechtbank het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand, omdat eiser geen inhoudelijke gronden tegen de overdracht had ingebracht en de rechtbank geen ambtshalve bezwaren zag. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet langer connex was.
De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €875,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 13 december 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.