ECLI:NL:RBDHA:2024:21923

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
C/09/674710 / JE RK 24-1933
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg

De gecertificeerde instelling verzoekt om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds maart 2024 uit huis is geplaatst vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De minderjarige verbleef aanvankelijk bij haar oom en tante, maar na een incident is zij verhuisd naar een vriendin van de tante, waar zij zich veilig voelt.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig; de moeder en tante verschenen niet. De kinderrechter sprak met de minderjarige en concludeerde dat verlenging noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.

De minderjarige heeft een traject bij Youz voor therapie om gebeurtenissen uit het verleden te verwerken. Contact met de moeder is beperkt en wordt begeleid door Jeugdformaat. Gezien de omstandigheden is terugplaatsing bij de moeder momenteel niet mogelijk. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 20 juni 2025.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 20 juni 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/674710 / JE RK 24-1933
Datum uitspraak: 17 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[tante] ,
hierna te noemen tante moederszijde,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 oktober 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De moeder en tante moederszijde zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is erkend door [naam 3] .
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft in een (netwerk)pleeggezin.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 juni 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2024 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg tot 20 december 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling het schriftelijke verzoek aangevuld. De afgelopen weken is er veel gebeurd. Er hebben zich verschillende incidenten voorgedaan tussen de moeder en [de minderjarige] en de tante en [de minderjarige] . Het is onduidelijk gebleven wat er precies is gebeurd, maar de plaatsing van [de minderjarige] bij de tante moederszijde is hierdoor niet langer houdbaar. [de minderjarige] verblijft daarom sinds een aantal weken bij een vriendin van haar tante, [naam 4] . Voor nu wordt dit gezien als een goede plek. De komende periode zal onderzocht moeten worden of dit een plek voor de langere termijn kan zijn. Daarnaast dient er voor zowel de moeder als [de minderjarige] hulpverlening te worden ingezet. Gelet op het voorgaande is een verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
4.2.
[de minderjarige] heeft in het verleden veel meegemaakt en heeft daar last van. In verband met de zorgen rondom de opvoedsituatie bij de moeder is [de minderjarige] eind maart 2024 bij haar oom en tante gaan wonen. Deze plek bood [de minderjarige] in eerste instantie de rust die zij nodig had. Er zijn hierdoor grote zorgen om haar ontwikkeling. Het is van belang dat [de minderjarige] de rust ervaart om therapie te volgen, zodat zij de gebeurtenissen uit het verleden kan verwerken en beter in haar vel komt te zitten. Via Youz is hiervoor een traject gestart.
Een aantal weken geleden heeft er een incident plaatsgevonden bij de oom en tante, waardoor de plaatsing van [de minderjarige] daar niet langer houdbaar is. Sindsdien verblijft zij bij een vriendin van de tante en dit verloopt goed. [de minderjarige] voelt zich veilig en prettig bij [naam 4] en wil hier zelf graag blijven. Ook tussen de moeder en [de minderjarige] heeft zich een incident voorgedaan. Een terugplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder is daarom op dit moment geen optie. De komende periode zal de gecertificeerde instelling onderzoeken of de plaatsing bij [naam 4] geschikt is voor de langere termijn.
Tussen de moeder en [de minderjarige] is er momenteel weinig contact. [de minderjarige] wordt hiervoor begeleid door Jeugdformaat. Het is van belang dat de begeleiding gericht op contactherstel de komende periode wordt voortgezet.
4.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten 20 juni 2025.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg tot 20 juni 2025;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024 door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.B.M.A. Roozen als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.