De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2022. De minderjarige verblijft bij de grootouders van vaderszijde sinds september 2022. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar kampen met persoonlijke problematiek en er is sprake van een belast verleden met huiselijk geweld.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders ondanks een contactverbod elkaar blijven opzoeken en de ernst van de situatie niet inzien. De vader staat op een wachtlijst voor emotieregulatietraining en de moeder kampt met psychiatrische problematiek en een licht verstandelijke beperking. De moeder verblijft in een opvanglocatie maar is niet altijd beschikbaar voor de minderjarige.
De gecertificeerde instelling heeft een opvoedbesluit genomen dat het in het belang van de minderjarige is om bij de grootouders op te groeien. De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk en verlengt deze tot 19 december 2025. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Zowel de moeder als de vader en grootouders hebben ingestemd met de behandeling van het verzoek bij de rechtbank Den Haag.
De zitting vond plaats met gesloten deuren op 17 december 2024, waarbij de ouders en grootouders niet aanwezig waren, maar hun standpunten via advocaten zijn ingebracht. De kinderrechter concludeert dat de ouders op korte en middellange termijn niet in staat zijn om de zorg en opvoeding van de minderjarige te dragen, waardoor de verlenging gerechtvaardigd is.