ECLI:NL:RBDHA:2024:2188
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 4 augustus 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Duitsland had het terugnameverzoek geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat Duitsland systeemfouten kent in de asielprocedure, zoals het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand, en dat er een risico op indirect refoulement bestaat vanwege verschillen in beschermingsbeleid voor Jemenitische vreemdelingen. Hij stelde dat Nederland daarom zijn aanvraag inhoudelijk moest behandelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor systeemfouten in Duitsland en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser had geen concrete aanwijzingen over het ontbreken van effectieve rechtsbescherming of fundamentele verschillen in beleid aangetoond. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland onevenredig maakten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 16 februari 2024 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.