ECLI:NL:RBDHA:2024:21859

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
SGR 22/4541 en SGR 23/1348 vervallenverklaring
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallenverklaring en hernieuwde uitspraak in bestuursrechtelijke zaak omgevingsvergunning erfafscheiding

In deze bestuursrechtelijke zaak stond het beroep van eisers tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn centraal, betreffende een omgevingsvergunning voor een erfafscheiding in het achtererfgebied.

Op 11 oktober 2024 heeft de rechtbank een uitspraak gedaan, maar daarin is verzuimd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, te behandelen. Dit werd door eisers op 6 november 2024 aan de rechtbank gemeld.

De rechtbank constateerde deze kennelijke misslag en gaf partijen de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over een vervallenverklaring van de eerdere uitspraak. Partijen maakten geen gebruik van deze mogelijkheid.

Daarom verklaarde de rechtbank de uitspraak van 11 oktober 2024 vervallen en deed op 3 december 2024 een nieuwe uitspraak waarin ook het verzoek om schadevergoeding werd meegenomen. De nieuwe uitspraak treedt in de plaats van de vervallen verklaring.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de eerdere uitspraak vervallen en doet een nieuwe uitspraak waarin ook het verzoek om schadevergoeding wordt behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/4541 en SGR 23/1348
uitspraak strekkende tot vervallenverklaring van de uitspraak van 3 december 2024 in de zaken tussen

[eiser 1] ,

[eiser 2],
uit [woonplaats] ,
eisers
(gemachtigde: mr. M.C. van Meppelen Scheppink),
en

het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn,

verweerder
(gemachtigde: F. Jansen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats] .

Procesverloop

Op 11 oktober 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het beroep van eisers, gericht tegen het besluit van verweerder van 20 januari 2023 (het bestreden besluit I) en het besluit van 6 juli 2022 (het bestreden besluit II).
Op 6 november 2024 hebben eisers de rechtbank medegedeeld dat zij in beroep hebben verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM en dat op dat verzoek in de uitspraak van 11 oktober 2024 niet is beslist.
De rechtbank heeft vastgesteld dat in de uitspraak van 11 oktober 2024 geen oordeel is gegeven over dit verzoek om schadevergoeding en dat in zoverre sprake is van een kennelijke misslag.
De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een vervallenverklaring van de uitspraak.
Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

Omdat de rechtbank verzuimd heeft in de uitspraak van 11 oktober 2024 een oordeel te geven over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, ziet de rechtbank aanleiding om de uitspraak van 11 oktober 2024 te laten vervallen.
De rechtbank zal heden opnieuw uitspraak doen op het beroep van eiseres, waarbij ook een beslissing wordt gegeven op het verzoek om schadevergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart haar uitspraak van 11 oktober 2024 (zaaknummers SGR 22/4541 en SGR 23/1348) vervallen en bepaalt dat de heden opnieuw gedane uitspraak daarvoor in de plaatst treedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Ciftci-Ibis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: