ECLI:NL:RBDHA:2024:2185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een asielzoeker van Senegalese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Tegelijkertijd met deze uitspraak is op het hoofdberoep uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk, waarmee de beslissing definitief is geworden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op hetzelfde moment uitspraak is gedaan in het hoofdberoep.