ECLI:NL:RBDHA:2024:218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering vestigingsgevaar en schending hoorplicht
Eiseres had een visum kort verblijf aangevraagd om haar dochter en kleinkind in Nederland te bezoeken. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege twijfel over het doel van het verblijf en het risico dat eiseres niet tijdig zou terugkeren, mede gebaseerd op het misbruik van een visum door de dochter van eiseres in het verleden.
De rechtbank oordeelt dat het doel en de omstandigheden van het verblijf voldoende zijn aangetoond en dat het eerdere visumgebruik van de dochter niet op eiseres mag worden betrokken. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres een vestigingsgevaar zou vormen, aangezien zij aanzienlijke economische en sociale bindingen met Iran heeft, waaronder eigendom van appartementen en een achterblijvende echtgenoot.
Verder is vastgesteld dat de staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden door eiseres niet te horen over belangrijke nieuwe bezwaren die tijdens de bezwaarprocedure zijn ingebracht. Hierdoor kon eiseres niet adequaat reageren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt een dwangsom vast wegens te late beslissing op bezwaar. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres gehoord moet worden. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen waarbij eiseres wordt gehoord.