ECLI:NL:RBDHA:2024:21764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betalingsregeling terugvordering kinderopvangtoeslag binnen wettelijke termijn
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Dienst Toeslagen vastgestelde betalingsregeling voor de terugvordering van kinderopvangtoeslag over de jaren 2019 tot en met 2022. De regeling bepaalt een maandelijkse betaling van €544, met een maximale looptijd van 24 maanden. Eiser betwistte de hoogte van het maandbedrag en stelde dat zijn werkelijke inkomen lager is door aftrekposten en het wegvallen van voorlopige belastingteruggave.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Dienst Toeslagen de betalingscapaciteit van eiser op juiste wijze heeft berekend, rekening houdend met relevante kosten en verplichtingen zoals alimentatie en zorgpremie. De rechtbank concludeert dat de betalingscapaciteit van eiser hoger is dan het maandbedrag van €544, zodat de regeling binnen de wettelijke kaders valt.
Eiser is niet verschenen op de zitting en heeft geen schriftelijke reactie gegeven op de herziene berekening van zijn betalingscapaciteit. Hierdoor is geen aanleiding gevonden om de vastgestelde betalingsregeling aan te passen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht af.
De uitspraak bevestigt dat de maximale terugbetalingstermijn van 24 maanden niet kan worden overschreden en dat alleen de in de regelgeving genoemde kostenposten in de berekening van de betalingscapaciteit mogen worden meegenomen. De rechtbank benadrukt dat het niet tijdig doen van belastingaangifte door eiser gevolgen heeft voor zijn maandelijkse teruggave en daarmee zijn betalingscapaciteit.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde betalingsregeling wordt ongegrond verklaard en het maandbedrag van €544 is niet te hoog vastgesteld.