Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker 1, V-nummer [V-nummer 1]
[verzoekster 1], verzoekster 1, V-nummer [V-nummer 2]
tezamen te noemen: verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 26 november 2024 waarin de minister van Asiel en Migratie hun asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van deze aanvragen op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in gerelateerde zaken uitspraak heeft gedaan over de beroepen, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan over de beroepen.