ECLI:NL:RBDHA:2024:21576
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen en doorverwijzing naar bezwaarprocedure
Eiseres diende op 20 juni 2024 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De minister moest uiterlijk binnen 90 dagen beslissen, maar verlengde deze termijn met dertien weken. Op 25 september 2024 stelde eiseres de minister in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 18 oktober 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat bij de ingebrekestelling de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor niet voldaan is aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb. De minister nam op 30 oktober 2024 alsnog een afwijzend besluit op de aanvraag.
Omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, verwijst de rechtbank het beroep naar de minister om als bezwaarschrift te worden behandeld. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en doorverwezen naar de minister voor behandeling als bezwaar.