Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.1. [eiser 1] e.a., uit [woonplaats] ,
2.[eiser 2] e.a., uit [woonplaats] ,
[derde-partij 1] en [derde-partij 2]uit [woonplaats] (vergunninghouders).
Welke rol speelt de geweigerde vergunning uit 2008?
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 1 november 2024 uitspraak gedaan in de zaken tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van een dakopbouw op een woning in een woningbouwensemble te Leiden. Het college van burgemeester en wethouders had de vergunning verleend ondanks dat de goothoogte van 9,7 meter afwijkt van het bestemmingsplan dat een maximale goothoogte van 7 meter voorschrijft. Eisers voerden aan dat de dakopbouw leidt tot onaanvaardbare schaduwhinder, vermindering van privacy en strijd met de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank overweegt dat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dat de Wabo van vóór 1 januari 2024 van toepassing is. Het college heeft terecht afgeweken van het bestemmingsplan omdat de hogere goothoogte niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. De dakopbouw is vergeleken met de maximale bouwmogelijkheden volgens het bestemmingsplan, waarbij een mansarde kap met grotere bouwmassa en meer schaduwhinder mogelijk is. De rechtbank oordeelt dat de schaduwhinder en privacyvermindering binnen de ruimtelijk aanvaardbare grenzen blijven.
Ten aanzien van de redelijke eisen van welstand heeft het college het positieve advies van de Welstands- en Monumentencommissie Leiden gevolgd, dat aansluit bij de bestaande architectuur. Het tegenadvies van de welstandscommissie Amsterdam bevatte kanttekeningen, maar deze zijn adequaat beantwoord door de WML. De rechtbank ziet geen reden om het welstandsadvies te verwerpen. Ook het eerdere weigeren van een vergunning in 2008 weegt niet zwaarder dan het huidige besluit, mede omdat het college van mening is veranderd en dit voldoende heeft gemotiveerd.
De rechtbank verwerpt verder de overige beroepsgronden, waaronder het betoog dat het college het belang van de eigenaar zwaarder heeft laten wegen dan dat van omwonenden. De belangenafweging is zorgvuldig en in overeenstemming met het bestemmingsplan gemaakt. De beroepen zijn ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw worden ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.