ECLI:NL:RBDHA:2024:2149
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-regeling Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. De grond hiervoor was dat Kroatië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 januari 2024 behandeld.
Na uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.1718) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 16 februari 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en voorlopige voorziening niet langer nodig is.