Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], V-nummers: [V-nummer 2] en [V-nummer 3] , gezamenlijk te noemen: verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening tegen de besluiten van 16 januari 2024 waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 30 januari 2024 behandeld. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep tegen de bestreden besluiten, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer en uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan over het beroep.