ECLI:NL:RBDHA:2024:2146
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake Dublin-verwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 30 januari 2024 behandeld.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.2036) op dezelfde dag, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier S.J. Valk op 16 februari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.