Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 2], verzoekers
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen vanwege de Dublin-verordening die Kroatië als verantwoordelijke lidstaat aanwijst.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze beslissing en vroegen tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde deze verzoeken op 23 januari 2024 samen met gerelateerde zaken.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak werd geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was, waarna het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoekers, vastgesteld op € 875,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg op 2 februari 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,00.