ECLI:NL:RBDHA:2024:21415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Peruaanse vrouw wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een Peruaanse vrouw, verzocht asiel in Nederland nadat zij met haar minderjarige zoon niet door mocht reizen naar Duitsland, waar haar echtgenoot asiel had aangevraagd. Zij vreesde terugkeer naar Peru vanwege psychisch en fysiek geweld door haar echtgenoot en de ontvoering van haar zoon naar Peru. De minister wees haar asielaanvraag af, stellende dat zij geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en dat zij zich kan wenden tot de Peruaanse autoriteiten voor bescherming.
De rechtbank behandelde het beroep zonder aanwezigheid van eiseres en concludeerde dat het beroep ongegrond is. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aangehaalde passages uit het rapport Peru-country focus van september 2023 op haar situatie van toepassing zijn en dat het vragen van bescherming bij de Peruaanse autoriteiten niet zinloos is. De aangifte van ontvoering door haar echtgenoot werd door de minister terecht als onvoldoende bewijs beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat bij terugkeer naar Peru en dat eiseres geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.