ECLI:NL:RBDHA:2024:21384
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 15 oktober 2024 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hij verzocht om opschorting van de rechtsgevolgen van dit besluit totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een andere zaak met een vergelijkbaar nummer al op het beroep heeft beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 13 december 2024 en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet openstaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.