ECLI:NL:RBDHA:2024:21340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 19 november 2024 betreffende een vreemdelingenzaak. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte een wetsartikel toepaste dat ziet op opvolgende aanvragen, terwijl zijn aanvraag een eerste aanvraag betrof.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds bij verzoeker bekend waren vóór de uitspraak en dat het op zijn weg had gelegen deze tijdig kenbaar te maken. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier D.G. van den Berg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.