Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2], V-nummer: [V-nummer 3] , (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
Rechtbank Den Haag
Eiseres werd op 7 mei 2024 geïnformeerd over haar voorgenomen overdracht aan Frankrijk op 13 mei 2024 op grond van de Dublinverordening. Zij maakte bezwaar en verzocht op 10 mei 2024 om een voorlopige voorziening, welke werd toegewezen door de voorzieningenrechter, waardoor de overdracht werd geannuleerd.
De minister verklaarde het bezwaar op 9 juli 2024 ongegrond, waarna eiseres beroep instelde. Tijdens de zitting op 29 oktober 2024 was eiseres niet aanwezig omdat zij op 4 september 2024 reeds aan Frankrijk was overgedragen. Haar gemachtigde had zich afgemeld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang meer had bij het beroep omdat het belang dat zij met de voorlopige voorziening had bereikt, reeds was gerealiseerd en er geen ander actueel belang bestond. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.