Uitspraak
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 10 augustus 2023 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
Feiten
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kind en een zorgregeling vast te stellen. De moeder was tot dan toe alleen met het ouderlijk gezag belast en het kind verbleef bij haar. Beide ouders hebben een affectieve relatie gehad en zijn het grotendeels eens over de opbouw van het contact tussen vader en kind, waarbij begeleide omgangsmomenten positief zijn verlopen.
De rechtbank constateerde dat de ouders in staat zijn tot overleg en dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is. Ondanks de aarzelingen van de moeder, achtte de rechtbank geen contra-indicaties voor gezamenlijk gezag. De zorgregeling werd vastgesteld met vaste verblijfsdagen bij de vader vanaf januari 2025, en partijen spraken af om mediation te starten.
Over de verdeling van het halen en brengen waren de ouders het oneens. Gezien de afstand tussen de ouders en financiële omstandigheden, besloot de rechtbank af te wijken van de gebruikelijke gelijke verdeling en stelde een 75/25-verdeling vast, waarbij de vader het grootste deel van het vervoer voor zijn rekening neemt. Het subsidiaire verzoek tot informatieregeling werd niet behandeld vanwege toewijzing van het primaire verzoek.
Uitkomst: De rechtbank kent gezamenlijk gezag toe en stelt een zorgregeling vast met een haal- en brengverdeling van 75% voor de vader en 25% voor de moeder.